2017: ‘Het Jaar van het lerarentekort, wat nu?’

Er raast een stevige storm in onderwijsland. Meer werkdruk, een oneerlijk salaris, grotere klassen, lege lokalen en een kabinet dat voor flink wat tegenwind zorgt. Er is een lerarentekort. En dat thema houdt me nu meer dan ooit bezig.

Al jaren zetten we de schouders eronder om maar koers te houden. We vangen klassen op en we doen met minder hetzelfde. Wij doen er alles aan om elk kind aan boord te houden, verdelen kinderen bij uitval van een leerkracht, maken er notie van en gaan al gauw weer over tot de orde van de dag. Echter het moment om te zeggen dat we het samen niet meer aan kunnen hebben we telkens onder de pet gehouden en nu lijkt het te laat. Het schip zinkt door achterstallig onderhoud.

Het jaar 2017

Het was voor mij persoonlijk een prachtig, maar roerig onderwijsjaar. De erkenning voor je vak en het podium dat je krijgt om jouw verhaal te delen met anderen in een tijd waarvan de urgentie m.b.t. het lerarentekort nog nooit zo hoog was, is voor mij een mooi cadeau. Als Leraar van het Jaar voel ik me een échte ambassadeur voor de starter, de invaller, de herintreder, de zijinstromer, de collega, de innovator, maar ook voor diegene die het even niet meer weet wat hij/zij in het onderwijs nog te zoeken heeft.

“Niet zonder de leraar…”

Mijn rol voor de klas is zo mooi, omdat ik mijn passie voor radiomaken deel met kinderen en mijn collega’s. Als je anderen kunt enthousiasmeren in het leren door je passie te delen dan is dát onderwijs! Daarnaast voel ik ook een sterke urgentie om ons vak weer stoer te maken.

Waarom word je leraar? We weten inmiddels écht wel dat we het verschil maken voor elk kind, maar waar gaat het nu daadwerkelijk om? Juist, de passie om elk kind dat te geven wat het nodig heeft om te kunnen groeien tot een volwaardig burger in een toekomstbestendige wereld met een eigen rol waarin een leven lang leren centraal staat. En hoe word je dat?

Niet zonder de leraar…

Het lerarentekort

Dit jaar is helaas ook het jaar van het lerarentekort. Laatst hadden we een bijeenkomst met de PLG (Professionele Leergemeenschap) en twee van mijn collega’s van Xpect Primair zaten er met dubbele gevoelens. Er was geen invaller voor hun groep. Hier kun je wat van vinden, maar het lerarentekort is al langere tijd voelbaar. Ik vind dat 2017 nu ook het jaar is om het lerarentekort de samenleving te laten voelen. De urgentie is hoog, alarmerend.

Wat nu?

De leraren zijn op.

Tja, hoe moet je die zin nu lezen? Er is geen reserve meer om vervangers in te zetten, maar vergeet ook niet dat 25 procent van de leraren burn-outklachten ervaart. Niet voor niets voeren we dus actie.

“Het salaris is wel degelijk een zwaarwegend argument om niet te kiezen voor het vak leraar.”

Op de stakingsdag van 12 december sprak ik met studenten van de Fontys Kind en Educatie te Tilburg. Zij staakten mee uit solidariteit met ons team, maar ook vanuit een gedeelde zorg voor de toekomst van onze kinderen. Na de manifestatie op het Koningsplein in Tilburg verzamelden we ons in een kleine kroeg om op te warmen onder de hete thematiek in een gesprek over werkdruk en en het oneerlijke salaris. Studenten hadden daarin een heel duidelijk standpunt zonder enig schaamrood op de kaken: ‘Het salaris is wel degelijk een zwaarwegend argument om niet te kiezen voor het vak leraar.’

Salaris

Het salaris als discussiepunt is in onderwijsland nogal eens een taboe, omdat je het niet voor het geld doet, is de stelling. Laten we daar eens mee ophouden. Iedereen moet ook thuis gewoon de broek ophouden en wil ook graag een goed belegde boterham. Dat je dat mag doen met het mooiste vak van de wereld is natuurlijk prachtig, maar tegen een oneerlijk salaris? Als je een klas vraagt wat oneerlijk betekent, dan komen er tal van kinderen in opstand. Ik geef ze dan ook geen ongelijk. Als een kind iets oneerlijk vindt, waarom zouden wij dat dan niet mogen zeggen?

“Als je een klas vraagt wat oneerlijk betekent, dan komen er tal van kinderen in opstand.”

In 2008 stapte ik uit het onderwijs, omdat ik de liefde voor het vak kwijt was geraakt en mijn andere passie radio maken kon verwezenlijken. Mijn salaris was overigens ook beter. Na drie jaar hield dat sprookje (helaas of misschien nu wel niet helaas) op. Ik was een ervaring rijker, maar een dikke portemonnee armer toen ik terugviel naar mijn laatst genoten salaris uit 2008. Ik ging terug het onderwijs in.

De zijinstromer en de herintreder

Ik ben dan een herintreder, maar de zijinstromer dan? Iemand die bewust de overstap overweegt naar het onderwijs moet conform de cao en het salarishuis, zoals we dat nu kennen, helemaal onderaan de ladder beginnen, terwijl diegene wel een verdienstelijk arbeidsverleden heeft. Dat is toch oneerlijk?! Hoe wil je met deze constructie mensen binnen halen en voor het onderwijs winnen? Het is een enorme drempel op zich, maar niet de grootste hobbel die er te nemen is…

Weerstand

Je zou zeggen dat het salaris de enige weerstand was om mijn weg terug te vinden, maar dat was nog het allerminste wat mij weerhield om mijn plek voor de klas terug te vinden. De eerste twee jaar aardde ik in de bovenbouwgroepen die ik voor mijn kiezen kreeg en experimenteerde ik met radio. Na twee jaar vervangen hoop je dan ergens toch ook voet aan de grond te krijgen, flexwet of geen flexwet, maar helaas… ook dat was een sprookje.

Een welkom gevoel is vooral voor een vervanger belangrijk en dan bedoel ik meer dan alleen ‘Fijn dat je er bent.’ Veelal zijn dat de woorden om een collega die komt invallen welkom te heten, maar het heeft helemaal geen betekenis als je bij vervangingen die langer van aard zijn, geen verantwoordelijkheid krijgt of voelt dat je er niet helemaal bij hoort.

Hoe het niet moet…

Bij mij uitte dat zich dat in jaar drie en vier in gesprekken die mij of de groep aangingen, maar dan niet met mij werden gevoerd. Of een collega zien kijken alsof water kan branden als je om hulp vraagt. Geen scholing, omdat het geld er niet is en geen deelname aan studiedagen, want ‘Dan was je toch al weer weg’. Geen overdracht van taken, omdat dit meer tijd kostte dan het gewoon zelf ‘erbij’ te doen (werkdruk). ‘Je past niet in het profiel’ te horen krijgen na tig sollicitaties of ‘We hebben iemand gevonden met meer ervaring’, terwijl achteraf blijkt dat een starter jouw baan kreeg (goedkoper). Tijdens sollicitaties 10 minuten of langer moeten wachten of ‘Soms weet je het na 5 minuten al.’ te horen krijgen als je een goed bedoelde kritische inhoudelijke vraag stelt.

Je stuit telkens op weerstand en voelt jezelf een taakverzwaring worden voor je collega’s, terwijl je juist komt om mensen te ontlasten. Je wordt er op den duur onverschillig van en wordt minder kritisch naar jezelf tot het punt dat je dit gedoogt omwille van het doel dat je ergens werk hoopt te vinden. Je werkt immers toch ook voor die boterham…

“Houdoe en bedankt, zeggen we dan in Brabant.”

Echter kwam hier gelukkig spoedig een eind aan. Ik was aangenomen voor een vervanging, maar na het ja-woord werd me toch met klem gevraagd om de kinderen in groep 8 hulpboekjes te laten gebruiken bij de Cito Eindtoets, omdat de klas in kwestie al zoveel geleden heeft onder het aantal invallers de afgelopen periode. Dit was voor mij een grens waarvoor ik niet verantwoordelijk wilde worden gehouden. Houdoe en bedankt, zeggen we dan in Brabant.

Nee is nee

Dit was voor mij het keerpunt om zelf de koers uit te zetten en mijn route te bepalen. Tuurlijk, deels afhankelijk van wat voor brood er was, maar ik bepaalde zelf hoe ik het belegde én laat me voortaan niet meer de kaas van het brood eten. Sindsdien kwam ik ook terecht bij de juiste werkgever die beter ging begrijpen wat goed personeelsbeleid is.

Investeer

Nee dit betoog is helemaal niet bedoeld als ‘kijk mij nou eens zielig te wezen’, maar is voor mij een waardevol ‘rugzakje’ in mijn eigen ontwikkeling, maar vooral nu ook een basis om te strijden voor invallers, herintreders en (toekomstige) collega’s. Het was een echte eyeopener om het probleem bij de kern te pakken. Mijn afstudeerstudent bijvoorbeeld reageerde met verbazing op haar eerste feedbackgesprek na een rekenles. Ze had nog nooit zo’n uitgebreide terugkoppeling gehad. Ik was sprakeloos, omdat dit voor mij eigenlijk heel vanzelfsprekend is. Ik vind dat je als leerkracht niet meer wegkomt met 3 tips en 3 tops. Het is toch geen spreekbeurt?! Ik durf dit in mijn klas al niet eens meer te doen.

“De (toekomstige) leraar verdient meer dan alleen maar een eerlijk salaris.”

Ja, een student kost tijd, maar hij/zij is straks wel mijn collega. Ja, een invaller kost tijd, maar is straks wel mijn collega. Een herintreder of een zijinstromer idem dito. Wat ik hiermee wil zeggen is dat de (toekomstige) leraar meer verdient dan alleen maar een eerlijk salaris.

Zorg goed voor elkaar

Op de werkvloer kunnen we een heleboel zelf door te beginnen met iedereen gelijk te behandelen. We zijn ons daar niet altijd van bewust door de hoeveelheid werk afgezet tegen de factor tijd, maar vergeet niet te investeren in de aandacht voor elkaar. Ik prijs me gelukkig dat ik nu in een organisatie werk waar dit in balans is, nadat daar ook eerst een cultuuromslag moest plaatsvinden. Zelf leerde ik vaker nee te zeggen en te benoemen wat ik wel wil om onderwijs en kwaliteit vast te pakken. Ik ben de regie over mezelf gaan nemen in een organisatie waar je ook de professionele ruimte wordt geboden door bestuur, directie en collega’s.

Zet elkaar én jezelf in je kracht

Collega’s met of zonder innovaties worden nu in hun kracht gezet en krijgen ontwikkelingskansen. Zelf heb ik de leiding over wat ik doe in de klas en op schoolniveau neem ik mijn collega’s mee in de implementatie van radiomaken tijdens het nieuw te ontwikkelen taalcurriculum.

“Maar liefst 25 procent van alle meesters zegt het onderwijs binnen vijf jaar vaarwel.”

Op bestuursniveau werken we met Leergemeenschappen en het Potentials Traject, een tweejarig ontwikkelingstraject gericht op het leiding geven aan veranderkundige processen. Ook starters worden binnen onze stichting ondersteund met een intern Traineeship. Dat goed personeelsbeleid een basisbehoefte is in een organisatie, blijkt uit dit citaat uit Dagblad Trouw:

“Maar liefst 25 procent van alle meesters zegt het onderwijs binnen vijf jaar vaarwel, blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs. Van de vrouwen geeft 17 procent er binnen vijf jaar de brui aan. Ook in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs speelt dit.” … (bron: ‘Een trainee voor de klas‘ | Dagblad Trouw – 24 augustus 2016)

Hoe houden we mensen voor het onderwijs?

Al jaren houdt deze vraag ons bezig. Nog steeds zie ik mensen om me heen twijfelen: ‘Kies ik wel of niet voor dit vak?’ of ‘Wil ik wel weer terug?’ Gelukkig weet de potentiële zij-instromer mij ook te bereiken, maar zij krijgen van mij wel een eerlijk verhaal.

Niet meer samen alleen

Dat we samen veel zelf kunnen, staat als een paal boven water. Echter, de feiten spreken voor zich! Willen we tijd vrij maken voor onze (nieuwe) collega’s, moeten er wel nieuwe collega’s komen en opgeleid worden. Ons vak drijft op passie en dat is goed, maar de passie maakt water als de druk van boven- of onderaf toeneemt en we daardoor niets meer met elkaar kunnen delen (professionalisering) (en salaris een serieuze afweging is binnen de beroepskeuze voor herintreders, een studiekeuze of voor toekomstige collega’s vanuit de lerarenopleiding). Dus geld is hier wél de oplossing, zolang de leraar voor de klas niet alles meteen hoeft te kunnen. We streven naar goed burgerschap bij kinderen die straks een leven lang leren. Zij worden daarin door leraren begeleid. Dat is een pittige klus waarin de leraar ook begeleiding nodig heeft. Daarvoor is gewoon geld nodig.

Vitaliteit

Het woord werkdruk heb ik bewust niet als titel gebruikt, omdat het inmiddels een uitgehold thema is. De oplossing voor vermindering van werkdruk zit mijns inziens vooral in het op de juiste manier begeleiden van de leraar op de werkvloer. Klassenmanagement en hoe stel je prioriteiten? Hoe kijk ik kritisch naar mijn eigen werk? Waar levert het me tijd op? Hoe creëer ik dat?

Ook een stukje facilitering van de leraar om dit probleem aan te pakken met als doel: Hoe maak je de hoeveelheid werk werkbaar? Als dat goed geregeld is, praten we niet meer over werkdruk maar over vitaliteit.

De Lerarenkamer

Ook met de lerarenkamer zaten we in november bij elkaar en hebben alle leraren van het jaar hun zorgen geuit met betrekking tot het lerarentekort in alle sectoren. De zorg is zo groot dat dit schooljaar het lerarentekort (en krimp) een actueel overkoepelend sectoroverstijgend thema is. Tijdens het laatste overleg werd ook allerminst duidelijk dat het imago van het beroep leraar daarbij onlosmakelijk mee in verbinding staat. Mijn ‘rugzakje’ spreekt voor zich. De lerarenkamer verkent momenteel hoe diverse initiatieven m.b.t. de aanpak van lerarentekort gedeeld kunnen worden.

“Hand in eigen boezem en tegelijkertijd strijden voor een eerlijke waardering!”

Het imago bepalen we voor een groot deel zelf en die krachten zien we gebundeld in ons collectief om er vanuit het werkveld iets aan te doen. Ook vanuit het PO-Front, waarin de Algemene Vereniging van Schoolleiders, de vakbonden en de PO-raad is vertegenwoordigd is er een duidelijk signaal. Zij scharen zich lijnrecht achter de leraar. Laten we dan ook met zijn allen voor ons vak staan en vooral ook voor elkaar door het vuur gaan. Hand in eigen boezem en tegelijkertijd strijden voor een eerlijke waardering!

‘En nu Rutte III?’

En nu Rutte III?

Dat we het niet meer ‘samen alleen’ kunnen, blijkt uit het explosieve succes van Po in Actie. Een Facebookgroep met een duidelijk doel groeide uit tot een eigen vakbond. Het onderwijsveld heeft de (léér)krachten gebundeld met één duidelijk doel: Minder werkdruk en méér erbij voor een eerlijk salaris. Een ontwikkeling waar het kabinet niet meer omheen kan praten. Onder samen, verstaat het onderwijs dan ook écht samen mét de overheid!

Het lerarentekort is een maatschappelijk probleem dat niet meer alleen van het onderwijs is. Het imago van de leraar wankelt en dat lost zich niet op met uitspraken van een voormalig staatssecretaris die de vloer aanveegt met het onderwijs of een VVD-er die in een filmpje suggereert dat de leraar eeuwig vakantie viert en zich bezig houdt met broodroof in andere maatschappelijke sectoren.

De gevraagde investering is niet hoog, maar de prijs die de samenleving betaalt vanwege het lerarentekort wel.

Koers houden is niet voldoende

Jarenlang heeft het onderwijs zelf koers gehouden door water over de boeg te gooien, maar zonder een daadkrachtige overheid als kapitein gaat het in een zware storm nu fout. We raken kant noch wal met een slecht onderhouden schip dat door orkaankracht dreigt te vergaan. Met andere woorden het onderwijs verzuipt en ‘het kind, de ouder én de leerkracht is nu de dupe!’ De storm wordt een orkaan en draagt al de naam: ‘Het Lerarentekort’. Een verwoestende storm is meedogenloos en neemt alles op haar pad mee. Ook de kenniseconomie.

“De wind krijg je alleen in de zeilen als een schip blijft drijven.”

Wij zetten vanuit alle sectoren al de zeilen bij, maar het kabinet is toch écht verantwoordelijk voor het onderhoud. Met andere woorden: “De wind krijg je alleen in de zeilen als een schip blijft drijven.”

Van 2017 naar 2018

In 2017 werd ik Leraar van het Jaar voor het Primair Onderwijs. Een beter jaar had het wat mij betreft niet kunnen zijn. Het basisonderwijs had een krachtig geluid dit jaar en zette alle zeilen bij om in Den Haag een voet tussen de deur te krijgen. Mijn persoonlijke onderwijsloopbaan staat precies voor datgene wat het onderwijs nodig heeft. Ik blijf dat vertellen, omdat ik streef naar een toekomstbestendig onderwijs waarin het kind centraal staat in de aanloop naar goed burgerschap en een leven lang leren met last but not least een eerlijke waardering voor jou en mij als leraar.

Over de blogger

John Doe

Tjeerd van den Elsen

Basisschool De Vijf Hoeven
Elk kind begrijpen in hoe het zich voelt, wat het doet, denkt en wil leren. Met mijn passie voor taal en radio in combinatie met een portie humor wil ik kinderen laten schitteren in waa…

Plaats een reactie

Andere blogposts

Pagina delen